Terug

Scan voor CodexCoëfficiënt

Allen die willen naar Island gaan

Pagina in liedboeken:  
  1. Allen die willen naar Island gaan,
    om kabeljauw te vangen
    en te vissen met verlangen.
    Naar Iseland, naar Iseland, naar Island toe,
    tot drieëndertig reizen zijn zij nog niet moe.
  2. Komt ons de tijd van de fooie aan,
    wij dansen met behagen
    en we weten van geen klagen.
    Maar komt de tijd, maar komt de tijd naar zee te gaan,
    dan is er wel ons hoofd van zorgen zwaar belaân.
  3. Als er de wind van het noorden waait,
    wij gaan naar de herberge
    en we drinken zonder erge.
    Wij drinken daar, wij drinken daar op ons gemak
    totdat de leste stuiver is uit onze zak.
  4. Als er de wind uit het oosten waait,
    de schipper blij van harte
    zegt: "Die wind die speelt ons parten.
    't Zal beter zijn, 't zal beter zijn, 't zal beter zijn
    te lopen voor de wind recht het kanaal maar in."
  5. Langs de Lezaars, de Schorels voorbij,
    vandaar al naar Kaap Claire,
    die niet weet hij zal wel leren.
    Toen komt erbij, toen komt erbij onz' stureman
    en hij geeft ons de koerse recht naar Iseland.
  6. Wij lopen 't eiland Rokol voorbij,
    al naar de Vogelscharen,
    dat kan ieder openbaren.
    En dan vandaar, en dan vandaar naar Bredefjord,
    en daar dan smijten wij de kollen buiten boord.
  7. Eind'lijk dan komen w' op Island aan,
    om kabeljauw te vangen
    en te vissen met verlangen.
    Naar Iseland, naar Iseland, naar Island toe,
    tot drieëndertig reizen zijn wij nog niet moe.

Auteursrechtinformatie over dit lied

Tekst verkregen via Leuvens Liedboek vzw
YouTube