Scan voor CodexCoëfficiënt
De kleremakers op hun feest
- De kleremakers op hun feest
die hielden grote fooi.(bis)
Dan aten zij genegentigen,
negen maal, negen maal, negentigen,
aan één gebakken vlooi.
Wiedewiedewiet, met enen snok.
Knip, knip, knip, aan 't snijden.
Den draad erin, den draad erdoor.
Laat het garen ronken! - En als zij hadden veel gesmuld,
dan dronken zij ook goed.(bis)
Dan dronken zij genegentigen,
negen maal, negen maal, negentigen,
uit enen vingerhoed.
- Er werd gedanst en fel gespeeld
gelijk het nergens gaat.(bis)
Zij speelden dan ...
op enen zijden draad.
- Om raad te houden kropen zij
met lap en draad en schaar.(bis)
Dan kropen zij ...
in ene pittelaar.
- En als het was naar huis toe gaan,
dan was er een getrek.(bis)
Dan reden zij ...
op enen solferstek.
- Te huis reeds stond de deure vast,
zij gingen fris en glad.(bis)
Zij kropen dan ...
door 't roeste sleutelgat.
- Des anderendaags kwam men weerom,
't was weer hetzelfde spel.(bis)
Dan aten zij ...
een rotte appelschel.
- Het ging gelijk den eerste dag,
met veel plezier en zwier.(bis)
Zij dronken dan ...
een volle kapper bier.
- Maar dronken konden zij niet voort,
zij pakken t' eeuwig veel.(bis)
Zij sliepen dan ...
in ene pijpesteel.
- Zij konden na een diepe slaap
des morgens er niet uit.(bis)
Dan wierp de baas hen ...
door een gebroken ruit.
Auteursrechtinformatie over dit lied
